Hij huilt. Zelfs door de telefoon heen is het diepe verdriet hoorbaar – of voelbaar.
Heel eerlijk gezegd gebeurt het niet zo vaak dat ik huilende mannen aan de telefoon heb, zonder in stereotyperingen te willen vervallen gebeurt dat toch vaker bij vrouwen. Of het me daarom extra raakt? Ik weet het niet.
Het is een gewone avonddienst op de huisartsenpost als ik de vader van Luuk, 8 maanden oud, aan de telefoon krijgt. Het lijkt ook een ‘gewoon’ telefoontje, zoals er zoveel zijn. Luuk is vandaag naar de opvang geweest, daar vonden ze hem al wat hangerig. Thuis wilde hij niet eten en viel in slaap en na een uurtje werd hij huilend wakker, met koorts en vader belt met de vraag om advies. Er is eigenlijk niets alarmerends te horen: Luuk is goed wakker, hij ademt niet anders dan anders, hij eet niet maar drinkt wel, plast normaal, heeft geen huiduitslag, is goed te troosten. Maar als ik vraag aan vader of hij zich specifiek ergens zorgen over maakt breekt hij. Hij huilt en ik voel het verdriet. Met horten en stoten komt het verhaal eruit, een verhaal dat je eigenlijk niet wil horen. Het verhaal van een kindje van 5 maanden dat koorts kreeg en hoewel er in eerste instantie niets alarmerends was ineens kortademig werd, na een spoedconsult op de HAP opgenomen werd in het ziekenhuis met het RS-virus en na een aantal dagen op de IC overleed. Dat kindje was de dochter van deze man, de oudere zus van Luuk, al heeft hij haar nooit gekend.
De tekst gaat verder onder de afbeelding

Meer van zulke blogs lezen? In januari 2023 is mijn derde blogbundel verschenen!
Bestellen kan hier! Ook als e-book te verkrijgen.
De ouders hebben zichzelf na het overlijden van hun dochtertje wel 100 keer de vraag gesteld: Wat als we eerder naar de huisarts waren gegaan, was het dan anders afgelopen?
En nu is Luuk ziek. Nee, hij is niet kortademig, maar wat als het ook ineens zo snel achteruit gaat? En daarom belt vader nu. Hij vraagt om advies, maar achter die vraag zit veel meer en ik vraag hem wat hij nu het liefst zou willen. Wil hij dat Luuk gezien wordt, ook al zijn er geen alarmsignalen? Dat wil hij inderdaad en ik plan een consult in. Volgens de protocollen geen spoed, niet iets voor de huisartsenpost, maar als mens ligt dat heel anders.
Na het telefoongesprek loop ik langs de regiearts van die avond en zij staat helemaal achter mijn keuze.
Een klein uurtje later zie ik dat Luuk aangemeld is in het systeem. We zijn een beetje onderbezet vanavond en de regieassistente vraagt of ik even controles bij hem wil doen. En dat doe ik. Als ik kleine Luuk en zijn ouders binnenhaal in de spreekkamer vraagt vader of hij mij net aan de telefoon had en pakt dan mijn beide handen vast en bedankt me.
Luuk ligt op de onderzoeksbank en als hij me ziet krijg ik een grote lach en hij pakt mijn gehandschoende hand, net als zijn vader net deed.
Alle controles zijn goed. Een van de huisartsen kijkt Luuk na en na een gesprekje gaan Luuk en zijn ouders naar huis. Gerustgesteld? Voor nu even wel.
Terug in de triageruimte heb ik het er even over met een collega. Ze begrijpt me wel, “Maar,” zo vraagt ze, “Eef, hoe lang denk je dat we zoiets nog kunnen doen in de spoedzorg”?
Een hele goede vraag. Ik heb het antwoord er niet op. Maar zolang ik een heel klein beetje invloed heb blijven we het doen. We denken in urgenties, maar ik hoop ook dat we nog heel lang denken in mensen.
Ik lees graag je reactie op deze blog!
Groet en liefs, Eveline
