Het is even geleden dat ik jullie meegenomen heb door mijn dagboek tijdens en na Corona. Ik ben de afgelopen weken hard bezig geweest met revalideren en dat eist z’n tol. Maar er is vooruitgang, en dat geeft moed.
Vandaag wat stukjes tekst uit december. Eén van de laatste delen over patiënt zijn hoop ik. Als het gaat zoals we hopen kan ik binnenkort met een beetje werk beginnen!
10 december
De scheidslijn tussen iemand motiveren of volledig afbranden blijkt dun te zijn.
Ik voel me afgebrand, vernederd en niet serieus genomen.
Ik kán niet fietsen. Ik kán niet meer dan ik doe. Ik wil wel. O jongengs, wat wil ik graag!
Maar volgens de laborant wil ik niet en zet ik me niet in. Als ik haar uiteindelijk vraag waarom ze op deze manier tegen me doet zegt zet dat ze dit zegt om te motiveren. Juist. Als ik beter ben zal ik haar een cursusje motiverende gespreksvoering aanbieden.
Weet je? Eigenlijk zou iedere zorgverlener ook eens patiënt moeten zijn. Ik weet dat een enkele collega mij soms te soft vindt, vindt dat ik zakelijker zou moeten zijn. Maar hoewel het mijn werk is, is het voor mij niet zakelijk. We hebben te maken met mensen die ziek zijn, of angstig, of in de war. Als ik dan door oprechte vriendelijkheid daar een beetje van kan wegnemen dan is dat toch alleen maar winst?
20 december
Iedere overwinning staat met grote uitroeptekens in mijn dagboek. Hoera, 200 stappen gehaald vandaag! 200 stappen… Een dag later: 10 stappen extra. Zulke kleine stapjes, maar zo’n grote overwinning!
En het gaat beter in mijn hoofd. Ik kan weer betere zinnen maken en vergeet minder vaak woorden. Ik heb weer zin om wat dingen op te schrijven.
De tekst gaat verder onder de afbeelding
21 december
Er komt een collega van de HAP langs met een geweldige fruitmand. Eerder kreeg ik al dingen bezorgd van allebei mijn werkplekken, nu komt er een collega mee. Op veilige afstand blijft ze een kwartiertje kletsen. De tranen rollen me over de wangen en ik kan niet beslissen of het van het lachen of het huilen is. Want wat is het heerlijk om weer even ‘collega’ te zijn en geen ‘patiënt’. Maar echt, wat mis ik het. Het werken, het contact met patiënten, natuurlijk mijn collega’s en het onder de mensen zijn. En ik weet dat ik nog best een weg te gaan heb voor ik er weer kan zijn. Maar we gaan ervoor!
22 december
Ik weet hoe druk het is in de ziekenhuizen en toch frustreert het dat het zo lang duurt voor alle onderzoeken gedaan zijn die nodig zijn en dat het nog langer duurt voordat ik eindelijk een arts spreek over de uitslagen. Niet dat dat me beter maakt. Of hoop ik stiekem toch op een (kleine) afwijking die met een simpel tabletje te behandelen is waardoor ik me weer fit voel? Ik weet eigenlijk niet eens wat ik verwacht.
Op de HAP vragen we altijd aan een patiënt die belt wat zijn of haar hulpvraag is. Mensen reageren vaak met: “Ik wil een dokter zien”. Maar eigenlijk is dat niet de echte vraag. Iemand wil weten wat hij heeft en wat daaraan gedaan kan worden. Iemand wil geen pijn meer hebben. Niet meer ziek zijn. Weer kunnen leven. Al die vragen zitten in dat zinnetje: “Ik wil een dokter zien”.
En nu doe ik hetzelfde.
Maar ik moet wachten tot na de feestdagen.
Wordt vervolgd!
Liefs, Eveline
