Kindermishandeling – blog – doktersassistente

Het is maandagochtend, nog voor 8 uur. Ik ben bezig de huisartsenpostberichten van het afgelopen weekend te verwerken. Als een patiënt van ons op de huisartsenpost komt of belt, wordt er een verslag gemaakt en naar de eigen huisarts gestuurd. Dit is belangrijk. Zo blijf je als eigen huisarts op de hoogte van wat er speelt, weten we welke afspraken er met patiënten gemaakt zijn (moeten mensen nog op controle komen, is er geadviseerd niet te komen maar de eigen huisarts te bellen, zijn er medicijnen gegeven enz). Ik probeer deze berichten altijd aan het begin van de dag te verwerken, zodat als iemand belt we direct in het dossier kunnen zien dat hij of zij al op de HAP geweest is.

Ik heb al een stuk of 15 berichten verwerkt als ik bij het bericht van Sarah kom. Sarah is 5 jaar en is van de trap gevallen en ongelukkig op haar arm terecht gekomen. Op de huisartsenpost bleek al snel dat haar arm waarschijnlijk gebroken is, en Sarah is doorverwezen naar de spoedeisende hulp in het naastliggende ziekenhuis. Ik kijk direct of er al verslag is van de SEH, maar dat is er helaas nog niet.
Als ik het bericht verwerk moet ik een juiste episode met bijbehorende ICPC code aanmaken.

Even een -korte- uitleg over het registeren in de huisartsenzorg. We moeten registreren volgens ADEPD: Adequate Dossiervorming met het Elektronisch Patiënten Dossier. Dat houdt heel veel in, maar in het kort gezegd krijgt ieder contact een code die past bij de klacht waar de patiënt voor komt. Een ICPC code is opgebouwd uit een letter, 2 cijfers en dan eventueel een punt en nog 2 cijfers. De letter geeft het hoofdstuk aan (bijv: A= algemeen, R= tractus respiratorius (luchtwegen) enz). De eerste 2 cijfers gaan van 1-99. De eerste 29 zijn de symptomen of klachten. Doktersassistentes mogen deze cijfers altijd gebruiken. Hier wordt nog geen diagnose mee aangegeven. Als iemand hoest en een doktersassistente voert dat in het systeem in gebruikt ze de code R05 (R= luchtwegen, 05=hoesten). Het kan zijn dat na een onderzoek door de huisarts de diagnose longontsteking gesteld wordt. De huisarts wijzigt de naam en ICPC code dan van ‘hoesten R05’ naar ‘longontsteking R81’. In een episodelijst worden alle verschillende episodes bijgehouden. Als iemand terugkomt voor controle na longontsteking wordt dit onder dezelfde episode opgeslagen. Zo houden we het dossier overzichtelijk.
– Deze uitleg was wat langer dan gepland, excuse me! Ik hoop dat het enigszins duidelijk is –

Terug naar Sarah. Ik maak een episode aan waaruit blijkt dat ze een ongeluk heeft gehad, en dat er het vermoeden bestaat van een breuk. Ik kan nog niet de episode ‘fractuur’ aanmaken, want dat is nog niet bevestigd.
Als ik de episode op wil slaan zegt het computersysteem dat er al een vergelijkbare episode is, en of ik deze samen wil voegen. Ik kijk terug in het systeem, want dit had ik nog niet gezien. Ik klik aan dat ik alle episodes wil zien, ook degene die niet meer actief zijn. En dan schrik ik. Want wat heeft Sarah al veel ongelukken gehad…. Dat was ons nog niet opgevallen, ze is hier ook nog niet zo heel lang in de praktijk, de gegevens die ik nu inzie zijn van haar vorige huisarts.

Veel ongelukken bij zo’n jong meisje, dat activeert toch een zeurend stemmetje in mijn achterhoofd: “Zijn het wel ongelukken?”
Ik besluit mijn twijfel te delen met de huisarts van Sarah. Zij bekijkt ook het dossier van het broertje van Sarah. Ook hij blijkt al met meerdere wonden, kneuzingen en breuken gezien te zijn.

De huisarts besluit de moeder van Sarah te bellen. Ze vraagt wat er bij de spoedeisende hulp gedaan is. Sarahs arm blijkt inderdaad gebroken te zijn. Ze nodigt Sarahs moeder uit op het spreekuur. Ze zegt eerlijk zich zorgen te maken over de vele bezoekjes aan de praktijk en huisartsenposten. Ik had het niet verwacht, maar de volgende dag komt ze al langs. Ik heb een dubbele afspraak ingepland, de huisarts heeft dan 20 minuten de tijd in plaats van 10 minuten.

Ons vermoeden blijkt juist. Sarahs moeder is een alleenstaande moeder, de vader heeft na de geboorte van Sarahs broertje de benen genomen en is helemaal uit beeld. Ze hebben weinig familie en nog minder vrienden. Sarahs moeder is vroeger zelf ernstig mishandeld door haar vader, en nu doet ze hetzelfde bij haar kinderen.

De huisarts belt met Veilig Thuis, in overleg met de moeder. Zij gaan gelijk met het gezin aan de slag. Wij als huisartsenpraktijk zijn er ook voor moeder, en voor de kinderen uiteraard.

We zijn nu een aantal jaar verder. Sarah en haar broertje zijn een poosje uit huis geweest, hun moeder is toen opgenomen geweest in verband met haar psychische problematiek. Ze wonen nu weer thuis, met goede begeleiding. Sarah heeft onlangs weer een arm gebroken, dit gebeurde tijdens het skaten met vriendinnen. Op zulke momenten zijn we wel extra alert, maar de vriendinnen en een moeder van 1 van de vriendinnen bevestigde dit verhaal. Gelukkig.

Kindermishandeling / huiselijk geweld is vaak moeilijk te herkennen, en moeilijk bespreekbaar te maken. Ik ben heel trots op “mijn” huisarts die dit op zo’n goede manier heeft kunnen doen, zodat de moeder zich veilig voelde haar verhaal te doen en hulp te accepteren.
Ik ben ook ontzettend blij om te zien dat het dus kan, dat als mensen hulp accepteren dat het goed kan komen. Ik weet en besef ook heel goed dat het heel vaak minder goed gaat. Maar het kan. En dat geeft me vertrouwen.

Ik lees graag je reactie op deze blog!

Groet en liefs, Eveline

Volg Eveline:

Facebook

Instagram

Doktersassistente Eveline

Vond je dit interessant?

Abonneer je dan hier op de nieuwsbrief, zo blijf je op de hoogte van onze blogs en nieuws!

Ik ben ook actief op Facebook en Instagram, volg je me daar ook?

1 Comment

  1. Heel vreemd hoe je gevoel dan weer eens blijkt te kloppen.. ik had t ook bij een vader en een tweeling die bleken allemaal door de moeder mishandeld te worden. Na het zoveelste incident bleek er nog een patroon in te zitten ook!

Plaats een reactie